Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0635.

2.6. Wellicht verklaart dit ook, dat in art. 15, derde lid, uitdrukkelijk een aantal onderwerpen is genoemd waarop de fiscale-eenheidvoorwaarden betrekking mogen hebben. Deze opsomming heeft echter weer een volgende vraag opgeroepen: hoe verhouden de genoemde onderwerpen zich tot de algemene bevoegdheidsomschrijving. Dienen de fiscale-eenheidvoorwaarden die betrekking hebben op de specifiek in art. 15, derde lid, vermelde onderwerpen evengoed te voldoen aan het criterium van het eerste zinsdeel? Of mag die toets niet worden aangelegd, omdat men moet aannemen dat de wetgever voorwaarden over de genoemde onderwerpen zonder meer toelaatbaar heeft geacht? De literatuur is hierover verdeeld. De eerstbedoelde opvatting is verdedigd door onder andere Van Soest(27), De Vries(28) en de Cursus Belastingrecht,(29) de tweede opvatting door onder andere Dijstelbloem.(30) Een vergelijkbare problematiek doet zich trouwens voor bij art. 14 Wet Vpb. 1969 en art. 18 Wet IB 1964.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7, en de alinea staat in dat document op bytes 35050 tot 36039.