Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001
Alinea 160 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0635.
5.7. Het komt mij voor dat de wijze van verdragstoepassing op een fiscale eenheid welke in BNB 1986/239 en BNB 1998/47 heeft plaatsgehad, in de opvatting van uw Raad rechtstreeks voortvloeit uit de essentie van het instituut. Het is de logische consequentie van het "opgaan" van de dochter in de moeder. Voor zover deze wijze van verdragstoepassing aan de betrokken lichamen een voordeel aan Nederlandse vennootschapsbelasting oplevert vergeleken met de situatie waarin zij niet een fiscale eenheid vormen, is dat inherent aan de faciliteit die art. 15 Wet Vpb. 1969 aan concernmaatschappijen toekent.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7, en de alinea staat in dat document op bytes 54630 tot 55245.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7 | shasum -a 256