Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0635.

5.2. De overwegingen van het Hof geven mij aanleiding nog een tweetal opmerkingen te maken in aanvulling op mijn beschouwing in de bijlage. De eerste betreft het belang dat Nederland bij voorwaarde 17 zou kunnen hebben, waar het gaat om zijn positie in verdragsonderhandelingen met andere staten. Dit "macro" heffingsbelang heeft het Hof, naar ik uit r.o. 4.1.3. opmaak, enigermate laten meewegen in zijn oordeelsvorming. Naar mijn mening is dat ten onrechte. De belasting die door middel van voorwaarden op grond van art. 15, eerste en derde lid, Wet Vpb. 1969 zeker gesteld mag worden, is slechts de belasting in een individueel geval; de belasting die geheven behoort te worden van de belastingplichtigen aan wie de voorwaarde wordt opgelegd. Uit niets blijkt dat art. 15, derde lid, mede bedoeld is om de Nederlandse fiscale verdragspolitiek te faciliëren, of om (rechtstreeks) enig ander algemeen heffingsbelang te dienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab8ffcef6319ca0bc47a40051fc7f3b062c04122b1c673fc1149ba6a69ed42c7, en de alinea staat in dat document op bytes 12471 tot 13413.