Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.
4.9 Voorts wordt erover geklaagd dat de obligatielening, volgens het Hof, diende voor de financiering van het gehele concern. Deze klacht mist belang nu niet wordt bestreden dat de lening daarvoor daadwerkelijk is gebruikt (omstandigheid 3 in fine). Daar komt bij dat op blz. 10 van de prospectus is te lezen dat de verkregen middelen zijn bestemd voor "de financiering van de voortgaande ontwikkeling van DAF", verderop ook als de "onderneming" aangeduid. Het begrip onderneming wordt in de prospectus in verschillende zin gebruikt. Het Hof heeft dit begrip aldus gelezen dat daaronder de groep wordt begrepen. Dat oordeel is feitelijk en kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden; onbegrijpelijk is het niet. Opmerking verdient nog dat ook DAF klaarblijkelijk in de prospectus de betekenis heeft van de groep; zie bijvoorbeeld blz. 11.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 44559 tot 45416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03 | shasum -a 256