Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.

4.31.3 Dat, zoals het Hof overweegt, de activa van DAF N.V. voornamelijk bestonden uit haar vorderingen op haar dochtermaatschappijen en het pari passu-recht zich bij de enge uitleg niet mede uitstrekt tot zekerheidverschaffing door de dochtermaatschappijen maakt dit niet anders. Het pari passu-recht houdt immers noch naar zijn aard, noch naar zijn omschrijving in de trustakte en de prospectus enigerlei garantie of toezegging in omtrent de waarde van de activa van de debitrice (dan wel haar dochtermaatschappijen). Bovendien is niet te zeggen (zeker niet op voorhand) dat de vorderingen van DAF N.V. op de dochters niet veel waarde zouden (kunnen) hebben aangezien het zeer wel kan zijn dat één of meer van de dochters niet insolvent geraken (ook al geraakt de moeder wel insolvent), aldus nog steeds het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 59520 tot 60355.