Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.

5.3.2 De dochtermaatschappijen waren, naar het Hof aanneemt, geïnformeerd over het aangaan van de obligatielening en van het daarin voorkomende pari passu-recht. In dat verband wijst het Hof er op dat de lening voor de gehele groep diende. Het ligt, volgens het Hof, voor de hand dat DAF N.V. een ruim pari passu-recht niet zou zijn aangegaan zonder instemming van de dochters. Het gaat "bovendien" mede om hetgeen NTM/de obligatiehouders hebben mogen begrijpen (rov. 5.28-5.30).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 74300 tot 74795.