Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 271 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.
5.56 In onderdeel IIC.5.1.d.i betoogt Ofasec dat, aangenomen dat de dochters een toezegging tot zekerheidstelling hebben gedaan, de obligatiehouders deze in ieder geval niet hebben aanvaard. Het Hof had, volgens Ofasec, dienen vast te stellen of en zo ja, wanneer deze aanvaarding heeft plaatsgevonden, omdat aanvaarding na de faillissementen van de verschillende DAF-vennootschappen - dat wil zeggen na 23 februari 1993 - niet meer mogelijk was. Onderdeel IIC.5.1.d.ii voegt hieraan toe dat de aanvaarding in ieder geval niet is af te leiden uit het overleg met NTM nopens de Administration Conditions en de borgtochtovereenkomst. Immers, op dat moment stelde NTM zich nog op het standpunt dat sprake was van een eng pari passu-recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 105867 tot 106615.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03 | shasum -a 256