Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 289 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.

6.5 De betrokken banken en het DAF-concern waren zich er - uiteraard - van bewust dat minstgenomen de mogelijkheid bestond dat de nieuwe krediet-operatie ertoe zou leiden dat alle zekerheden voor de obligatiehouders in rook opgingen. Zij waren zich er eveneens van bewust dat in elk geval de mogelijkheid bestond dat de obligatiehouders aanspraken op de zekerheden konden doen gelden hetzij in verband met een ruime uitleg van het pari passu-beding dan wel door de overeenkomsten die in het kader van middel II onder B zijn besproken. Uit hetgeen in het kader van dat middel is opgemerkt vloeit voort dat 's Hofs oordeel dat de DAF-dochters daadwerkelijk verplichtingen tot het verstrekken van zekerheden aan NTM/de obligatiehouders op zich hebben genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 112700 tot 113469.