Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 369 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.
6.49 Wanneer wordt getracht enige betekenis aan het onderdeel toe te kennen, dan komt het er kennelijk op neer dat het Hof wordt verweten te hebben geoordeeld dat het bij het aangaan van de DSA niet de bedoeling van partijen was dat de DAF-dochters het ruime pari passu-recht van de obligatiehouders zouden respecteren en dat de obligatiehouders uit dien hoofde (ook) jegens Ofasec gerechtigd zijn om mee te delen in de opbrengst van de door de DAF-dochters verstrekte zekerheden en dat zij alsnog als rechthebbenden dienen te worden erkend. Het onderdeel bestrijdt dit oordeel met rechts- en motiveringsklachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 143906 tot 144533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03 | shasum -a 256