Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 385 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.
6.57 Bij dit alles komt nog dat door Ofasec niets is aangevoerd op grond waarvan zij heeft gedacht en redelijkerwijs heeft mogen denken dat NTM gerechtigd was om de rechten van de obligatiehouders te verkorten. In de trustakte kan ik geen basis vinden voor een bevoegdheid van NTM om zulks buiten de obligatiehouders om te doen. Ofasec (en de banken die achter haar stonden) heeft (hebben) ook daarom redelijkerwijs niet kunnen menen dat NTM - zonder de obligatiehouders zelfs maar te hebben geraadpleegd(51) - rechten van dezulken kon beperken. Evenmin heeft Ofasec iets te berde gebracht over handelingen of gedragingen van de obligatiehouders waaruit zij de conclusie heeft mogen trekken dat NTM een dergelijke bevoegdheid in casu had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 149191 tot 149942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03 | shasum -a 256