Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 394 Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0700.
6.65 Volgens onderdeel IIIB.3.5 gaat het Hof zich in rov. 5.51 te buiten aan het aanvullen van feiten door te overwegen dat alle betrokkenen - deels vertegenwoordigd door de leidende bank (d.i. de Amsterdam-Rotterdam Bank) - op de hoogte waren (volgens het onderdeel "vermoedelijk ten tijde van het sluiten van de DSA") van het pari passu-recht van de obligatiehouders. Het Hof zou bovendien onvoldoende hebben gemotiveerd waarom het hiervan uitging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03, en de alinea staat in dat document op bytes 152514 tot 152977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/10d426468016d984b1913333c129dd1250fce8d02e8193ea8318ff9f05fb8e03 | shasum -a 256