Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0740.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte uitkeringsinstanties en werkgevers benadert met het verzoek de aan haar cliënten toekomende gelden over te maken op bankrekeningnummer [..] ten name van [verdachte]. Verdachte krijgt aldus op die rekening gelden onder zich, waarmee door haar, in opdracht en ten behoeve van die cliënten betalingen worden gedaan aan schuldeisers. Ook ontvangt verdachte giften, onder meer van een kerkelijke instantie, en worden door cliënten zelf bedragen naar haar overgemaakt. Tegenover de ontvangst door verdachte van de gelden, staat een vorderingsrecht van haar cliënten, onder meer terzake van het leefgeld. Dit geheel bezien, is sprake van de tenlastegelegde overtreding van artikel 82 lid 1 Wet toezicht kredietwezen 1992.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9897b8d20f1c134dde0ba77c830bc746eacff36a9ef68a7813d83056f170dcfa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9897b8d20f1c134dde0ba77c830bc746eacff36a9ef68a7813d83056f170dcfa, en de alinea staat in dat document op bytes 5392 tot 6166.