Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0742.
"De akte van beëdiging vermeldt in ieder geval de feiten tot de opsporing waarvan de betrokkene beëdigd is en het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt. Die akte (...)vermeldt voorts de standplaats van de betrokkene, de werkgever, de toezichthouder en de directe toezichthouder. Doel is om met een oogopslag vanaf de akte van beëdiging te kunnen zien wie, waar en waartoe bevoegd is en of die bevoegdheid nog bestaat."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53da49b79dbfbfd00e684a29705b06df5cda1b1aa6332d55ba3371e34a6d2cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53da49b79dbfbfd00e684a29705b06df5cda1b1aa6332d55ba3371e34a6d2cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 12988 tot 13436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/53da49b79dbfbfd00e684a29705b06df5cda1b1aa6332d55ba3371e34a6d2cdb | shasum -a 256