Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0742.

14. Dit geheel van bepalingen kan bezwaarlijk anders worden uitgelegd dan dat de buitengewoon opsporingsambtenaar die voldoet aan de voorwaarden genoemd in art. 2 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaren, bevoegd is proces-verbaal op te maken en dat het vereiste van de vermelding van de in art. 27 bedoelde gegevens slechts een hulpmiddel is om gemakkelijk vast te kunnen stellen of deze ambtenaar aan die eisen voldoet. De toelichting geeft, evenmin als de tekst van art. 27, aanleiding voor de opvatting dat bij het ontbreken van die gegevens er rechtens van moet worden uitgegaan dat niet vaststaat dat de betreffende persoon als buitengewoon opsporingsambtenaar bevoegd was. Nu art. 153 Sv aan het proces-verbaal geen andere eisen stelt dan dat het persoonlijk op ambtseed is opgemaakt, is ondertekend en gedagtekend, is er, zoals het hof met juistheid heeft overwogen, ook overigens geen reden om te oordelen dat het ontbreken van de in art. 27 bedoelde gegevens tot gevolg heeft dat het opgemaakte proces-verbaal geen in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal is. Daarbij is nog van belang dat artikel 27 ook niet eist dat de gegevens in het betreffende proces-verbaal worden opgenomen. Zij kunnen ook elders worden vermeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/53da49b79dbfbfd00e684a29705b06df5cda1b1aa6332d55ba3371e34a6d2cdb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 53da49b79dbfbfd00e684a29705b06df5cda1b1aa6332d55ba3371e34a6d2cdb, en de alinea staat in dat document op bytes 14002 tot 15255.