Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0801.

2.2. Eerst enige algemene opmerkingen. De rechtspraak van de Hoge Raad over schadevergoeding na strafvorderlijke dwangmiddelen spitste zich tot dusver vooral toe op de vraag, of het optreden van justitie en politie rechtmatig is geweest jegens een (gewezen) verdachte. In HR 26 januari 1990, NJ 1990, 794 m.nt. CJHB (inval in een woning waar de politie een ontvoerder aanwezig vermoedde) had de feitenrechter voor het beschadigen van de woning van B. een rechtvaardigingsgrond aanwezig geacht, die mede hierin was gelegen dat ten aanzien van B. een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestond (art. 27 Sv). Ook in HR 23 november 1990, NJ 1991, 92, m.nt. Th.G. Drupsteen in AA 1991 blz. 328 e.v. (het bekende arrest Joemman/Staat; beschadiging van de voordeur bij binnentreden ter aanhouding van de bestuurder van een auto waarmee een dodelijke aanrijding had plaatsgevonden), had de feitenrechter de rechtvaardiging voor de beschadiging gezocht in een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit ten aanzien van de bewoner van de desbetreffende woning, die de kentekenhouder van de ongevalsauto was. In latere HR-uitspraken(8) ging het om ex-verdachten, die na aanhouding en preventieve hechtenis schadevergoeding vorderden(9). De onderhavige casus wijkt in zoverre van de voorgaande af, dat [verweerster] nimmer verdacht is geweest en tegen haar nimmer een strafrechtelijk onderzoek is aangevangen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 12615 tot 14055.