Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0801.
2.4. De huiszoeking vormt - voor zover deze wordt gehouden in een woning - een inbreuk op de huisvrede, maar deze inbreuk is uitdrukkelijk voorzien bij wet en wordt gerechtvaardigd doordat zij noodzakelijk is in het belang van het voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid en/of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (art. 8 lid 2 EVRM; art. 12 Gr). Een ieder, die zich bevindt in - of zeggenschap heeft over - de ruimte waar de bevoegde ambtenaar wil binnentreden en overeenkomstig de strafvorderlijke regels een huiszoeking komt doen, is verplicht het binnentreden en de huiszoeking te dulden. De betrokkene mag zich niet tegen de rechtmatige huiszoeking verzetten (art. 180/184 Sr).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 15628 tot 16366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8 | shasum -a 256