Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0801.
2.15. Gaat het om strafvorderlijk optreden tegen iemand die niet verdacht is geweest - huiszoeking ter inbeslagneming door de R-C met verlof van de rechtbank was immers op elke plaats mogelijk -, dan is in deze opvatting de vergelijkingsmaatstaf: of de betrokkene door de rechtmatige toepassing van het dwangmiddel onevenredig is benadeeld in vergelijking met een gewone burger. Zo ja, dan dient dát onevenredige nadeel te worden vergoed. Dezelfde maatstaf zou kunnen worden gebruikt in de situatie, dat bij een op zichzelf rechtmatige achtervolging van een verdachte een slippende politieauto enige geparkeerd staande auto's van derden beschadigt. Aangenomen dat het om inherente schade gaat (en niet om onnodig veroorzaakte schade, die sowieso behoort te worden vergoed), ondervinden de willekeurig getroffen eigenaars van de geparkeerde auto's in vergelijking met andere gewone burgers onevenredig nadeel van de wijze waarop de politie bij de achtervolging het algemeen belang behartigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 31330 tot 32334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8 | shasum -a 256