Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0801.
2.16. Een dergelijke maatstaf roept onmiddellijk de - strikt genomen in dit geding niet aan de orde zijnde - vraag op, hoe het dan zit met vorderingen tot schadevergoeding van ex-verdachten. Het schijnt mij toe, dat de vaste jurisprudentie over vorderingen tot schadevergoeding van ex-verdachten ook langs deze weg kan worden verklaard. Als een strafvorderlijk dwangmiddel rechtmatig is toegepast tegenover een verdachte en achteraf blijkt uit het strafvorderlijk onderzoek dat deze verdachte onschuldig is - hier in de zin van: het niet gedaan hebben; in art. 27 Sv heeft "schuld" immers de puur feitelijke betekenis van: het gedaan hebben(23) -, dan zou het onbillijk zijn, de vraag of de betrokkene onevenredig is benadeeld af te meten aan hetgeen verdachten ingevolge de systematiek van het Wetboek van Strafvordering hebben te dulden. De betrokkene is immers, achteraf beschouwd, ten onrechte als verdachte aangemerkt. Het ligt dan voor de hand, dat de rechter in deze situatie beoordeelt of de desbetreffende ex-verdachte onevenredig is benadeeld in vergelijking met een gewone burger. In veel gevallen zal deze maatstaf leiden tot toekenning van een schadevergoeding. Ook hierop zijn overigens de gewone regels voor de wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding (waaronder art. 6:101 BW) van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 32354 tot 33681.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8 | shasum -a 256