Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0801.
2.17. Is het strafvorderlijk dwangmiddel rechtmatig toegepast tegenover een verdachte, van wie niet uit het strafvorderlijk onderzoek blijkt dat hij niet betrokken is geweest bij het strafbare feit waarvan hij werd verdacht, dan blijft de conclusie overeind, dat die persoon destijds terecht als verdachte is aangemerkt. Een onherroepelijke vrijspraak of andere wijze van buitenvervolgingstelling beeindigt wel de strafprocessuele status als verdachte, maar niet met terugwerkende kracht. De maatstaf is in deze gevallen, of de betrokken verdachte onevenredig is benadeeld in vergelijking met hetgeen verdachten in het algemeen volgens het Wetboek van Strafvordering hebben te dulden. Vrijwel steeds zal deze maatstaf ertoe leiden, dat geen schadevergoeding wordt toegekend voor inherente schade. Nodeloos veroorzaakte schade behoort, ook ten aanzien van hen, wel te worden vergoed (zie alinea 2.7 hierboven). Voor bepaalde vormen van schade hebben ex-verdachten een mogelijkheid tot het verkrijgen van een vergoeding naar billijkheidsmaatstaven, die ook kan worden toegekend bij rechtmatig toegepaste dwangmiddelen (art. 89/90 Sv; zie ook art. 591 en 591a Sv). Dit leid ik ook af uit de door de Hoge Raad gebruikte formule:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 33720 tot 34957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8 | shasum -a 256