Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0801.

De bestreden rechtsoverweging sluit aan bij de hierboven beschreven maatstaf, ontleend aan het beginsel van gelijkheid voor de openbare lasten. Toepassing van deze maatstaf heeft tot gevolg dat de Staat, als degene die jegens [verweerster] aansprakelijk is voor dit optreden van de rechter-commissaris en de met hem binnengetreden opsporingsambtenaren, aan [verweerster] het onevenredige nadeel ten gevolge van deze huiszoeking behoort te vergoeden. Aangezien het binnentreden en de huiszoeking niet hun grondslag vonden in een tegen [verweerster] bestaande verdenking, dient de onevenredigheid van het nadeel te worden bepaald door vergelijking met een gewone burger (niet-verdachte). Het oordeel van het hof dat de door [verweerster] gestelde schade niet behoort tot het normale risico van [verweerster] berust voor het overige op een waardering van feitelijke aard, waarvan de juistheid in cassatie niet kan worden getoetst. De redengeving kan het oordeel dragen en behoefde geen verdere uitwerking om begrijpelijk te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1eb65cc3f044469f66d22e55e0597fb16b156b2c3aa49c917802a63bec7f2c8, en de alinea staat in dat document op bytes 39884 tot 40923.