Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.

4. De Woningstichting heeft op haar beurt nog betoogd dat van "opvorderbaarheid" in de zin van art. 1 van de Wet van 31 oktober 1924 pas sprake was toen ingevolge de uitspraak van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State uit 1990 duidelijk werd dat de "aflossingsvoorwaarde" in strijd was met de wet. Voorts heeft zij aangevoerd dat de verjaring, zo al aangevangen per 31 december 1987, in ieder geval tijdig is gestuit door de toezending (door haar aan de Gemeente) van het Informatiebulletin d.d. 22 maart 1990 van de Nationale Woningraad waarin wordt gewezen op de consequenties van meergenoemde uitspraak van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State; deze toezending moet volgens de Woningstichting in de context van de aan die toezending voorafgaande gesprekken worden beschouwd als een (de verjaring stuitende) "declaratie" in de zin van art. 1 lid 2 van de Wet van 31 oktober 1924. De Woningstichting heeft voorts aangevoerd dat de Gemeente met haar beroep op de formele rechtskracht over het hoofd ziet dat de vordering van de Woningstichting niet beoogt de rechtsgeldigheid van het raadsbesluit aan te tasten, doch dat ook de Woningstichting met haar beroep op de "ontbindende voorwaarde" van het raadsbesluit juist uitgaat van de rechtsgeldigheid van dat besluit. Subsidiair heeft de Woningstichting betoogd dat, zo de formele rechtskracht al de door de Gemeente gewenste rol zou spelen, in casu de bezwaren verbonden aan de toepassing van het beginsel van de formele rechtskracht zo klemmend zijn dat op dit beginsel een uitzondering moet worden gemaakt; zij heeft in dat verband gesteld dat zij door de Gemeente in de veronderstelling was gebracht dat zij aan de in het raadsbesluit opgenomen "ontbindende voorwaarde" grond kon ontlenen schadeloos gesteld te worden zo zou blijken dat de litigieuze aflossingsvoorwaarde ontoelaatbaar was. Met betrekking tot het betoog van de Gemeente dat de vervroegde aflossing in casu haar rechtsgrond vond in de overeenkomsten van geldleen heeft de Woningstichting aangevoerd dat de vervroegde aflossing nu juist plaatsvond op grond van de aflossingsvoorwaarde in het raadsbesluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 10049 tot 12202.