Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.
5. De Rechtbank heeft vooropgesteld dat uit de "onderhandelingen" die aan het raadsbesluit voorafgingen, blijkt dat het de kennelijke bedoeling van partijen is geweest om het punt van de koppeling van de garantieverlening aan de vervroegde aflossing "voor de toekomst te reserveren" en dat de Woningstichting in elk geval de door de Gemeente in haar raadsbesluit opgenomen ontbindende voorwaarde zo heeft mogen begrijpen. Daaraan heeft zij de conclusie verbonden dat de vordering uit onverschuldigde betaling van de Woningstichting niet is verjaard. In de relatie waarin partijen door de ontbindende voorwaarde tot elkaar stonden, was de datum waarop de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State uitspraak deed in de zaak "Andijk", 9 februari 1990, het eerste moment waarop het in de rede lag dat de Woningstichting een beroep zou doen op de ontbindende voorwaarde; de verjaring is dan ook tijdig gestuit door de inleidende dagvaarding van 12 november 1994. Aldus de Rechtbank. De stelling van de Gemeente dat de toepasbaarheid van de leer van de formele rechtskracht aan de beoordeling van het materiële geschil in de weg staat, heeft de Rechtbank verworpen met de overweging dat het raadsbesluit zelf niet wordt aangevochten, doch dat integendeel juist op basis van de in dat besluit opgenomen ontbindende voorwaarde wordt geageerd. De aflossingsvoorwaarde inhoudelijk toetsend, kwam de Rechtbank tot de slotsom, ik refereerde reeds daaraan, dat deze niet aan het verlenen van de gemeentegarantie verbonden had mogen worden. Dat bracht de Rechtbank tot de slotsom dat de Woningstichting het bedrag van de vervroegd afgeloste gemeentelijke leningen inderdaad, zoals zij stelde, onverschuldigd heeft betaald en dat de Gemeente is gehouden de Woningstichting het onverschuldigd betaalde terug te geven en de situatie in overeenstemming te brengen met de toestand die er voor de Woningstichting zou zijn geweest indien de vervroegde aflossing niet zou hebben plaatsgevonden. De Rechtbank oordeelde voorts dat de gevorderde verklaring voor recht "verder gaat dan datgene waarin de rechtbank mee kan gaan." Zij heeft de zaak vervolgens naar de rol verwezen voor overlegging door de Woningstichting van - onder meer - een precieze becijfering waarin wordt aangegeven welke uitgaven zij zich zou hebben bespaard als de "laagrentende" leningen niet zouden zijn afgelost.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 12222 tot 14600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61 | shasum -a 256