Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.

6. In appèl bestreed de Gemeente - onder aanvoering van vier grieven - de beslissing omtrent de verjaring, de beslissing omtrent de formele rechtskracht, het oordeel dat van onverschuldigde betaling sprake was hoewel het in casu ging om de vervroegde aflossing van rechtsgeldig gesloten overeenkomsten van geldleen, de beslissing omtrent de (on)toelaatbaarheid van de aflossingsvoorwaarde en voorts het oordeel dat partijen door middel van de in het raadsbesluit opgenomen ontbindende voorwaarde de vraag of de aflossingsvoorwaarde toelaatbaar was voor de toekomst hebben willen reserveren. De Woningstichting heeft - onder verwijzing naar Uw arrest van 28 februari 1997, NJ 1997, 307 (Udenhout) - primair betoogd dat de gemeente niet-ontvankelijk moest worden verklaard in haar beroep nu - kort gezegd - ten tijde van het instellen van het beroep op 2 september 1996 een daartoe strekkend besluit van de gemeenteraad ontbrak en geen sprake is geweest van een bekrachtiging van een besluit van B&W in de eerste vergadering van de gemeenteraad na het besluit van B&W zoals vereist door art. 164 lid 4 Gemeentewet. Subsidiair heeft zij gepersisteerd bij haar in eerste aanleg gevoerde verweer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 14639 tot 15852.