Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.

Op grond van het hiervoor betoogde, kom ik tot de conclusie dat het Hof de vordering uit onverschuldigde betaling had moeten afwijzen en dat het Hof zich had moeten zetten aan de beoordeling van de subsidiair ingestelde vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. In verband met de beantwoording van de vraag of Uw Raad de zaak zelf kan afdoen dan wel moet verwijzen, komt nu middelonderdeel II aan de orde met zijn betoog dat het beginsel van de formele rechtskracht aan deze vordering in de weg staat; tot slot zal ik nog kort ingaan op de kwestie van de verjaring.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 26722 tot 27316.