Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.

Met zijn klacht dat het Hof bij de uitlegging van het besluit een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd, gaat het middel ervan uit dat het Hof zijn gewraakte oordeel omtrent de formele rechtskracht - gezien zijn verwijzing naar zijn eerdere rechtsoverwegingen - mede heeft gebaseerd op zijn vaststelling dat uit de onderhandelingen die aan het besluit voorafgingen, blijkt dat het de kennelijke bedoeling van partijen is geweest het punt van de koppeling van de garantieverlening en de aflossing voor de toekomst te reserveren. Deze veronderstelling lijkt mij niet juist. Het Hof heeft immers zijn gewraakte oordeel, zo begrijp ik uit zijn overwegingen, gebaseerd op de constatering dat het raadsbesluit inhield dat de aflossingsverplichting werd opgelegd onder de "ontbindende" voorwaarde dat rijksregels zich hiertegen niet verzetten. Ook het Hof is kennelijk ervan uitgegaan dat het besluit, een eenzijdige bestuursrechtelijke rechtshandeling, moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven en niet aan de hand van de zgn. Haviltex-maatstaf. Dat het Hof spreekt van een "ontbindende voorwaarde" terwijl eerder sprake is een zogenaamd geldigheidsvereiste doet hieraan niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 29943 tot 31144.