Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.
Hierbij past overigens reeds aanstonds een restrictie. Hoewel immers in beginsel strak moet worden vastgehouden aan het beginsel van de formele rechtskracht (het beginsel dat de burgerlijke rechter moet uitgaan van de geldigheid van een beschikking van een bestuursorgaan indien daartegen een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang heeft opengestaan en deze rechtsgang hetzij niet is gebruikt hetzij niet tot vernietiging van de beschikking heeft geleid), kunnen de aan dit beginsel verbonden bezwaren door bijzondere omstandigheden zo klemmend worden dat hierop, gezien de bijzonderheden van het gegeven geval een uitzondering moet worden gemaakt. Zie Mok en Tjittes, a.w., p. 386 e.v. met verwijzingen naar arresten van Uw Raad. Door Uw Raad is aanvaard dat een uitzondering op de formele rechtskracht moet worden gemaakt ingeval van de burger niet kon worden gevergd dat hij de bestuursrechtelijke procedure volgde omdat hij niet wist en ook niet behoefde te weten dat hij dit kon. Een uitzondering op de formele rechtskracht is met name ook aanvaard wanneer de burger en het overheidslichaam het erover eens zijn dat de door het overheidslichaam genomen beschikking onrechtmatig was, een geval waarin er geen geschil meer bestaat dat in de administratieve procedure moet worden beslist. Mok en Tjittes, a.w., p. 387, wijzen erop dat een zwak punt van deze uitzondering is dat het betrokken overheidsorgaan in de verleiding kan komen tegen beter weten in te betwisten dat een beschikking onrechtmatig is, enkel om te voorkomen dat de hier bedoelde uitzondering op het formele rechtskrachtbeginsel aanwezig zal worden geacht. Mijn oud-ambtgenoot Koopmans formuleerde in zijn conclusie voor Uw arrest van 13 november 1992, NJ 1993, 639, m.nt. MS, de volgende "maatstaf" voor aanvaarding van een uitzondering op de formele rechtskracht: "Voor een zelfstandig oordeel van de burgerlijke rechter is slechts plaats in individuele gevallen, waarin de belanghebbende door toedoen van het overheidsorgaan een onrecht is aangedaan dat onevenredig groot is in verhouding tot het belang om, ter wille van cohesie van de rechtsorde, de bestaande competentieverdelingen te eerbiedigen." De Woningstichting heeft zich, zoals gezegd, erop beroepen dat, zo de formele rechtskracht al de door de gemeente gewenste rol zou spelen, de aan de toepassing van het beginsel van de formele rechtskracht verbonden bezwaren - gegeven de bijzondere omstandigheden - zo klemmend zijn dat op dit beginsel een uitzondering moet worden gemaakt nu de Woningstichting door de gemeente in de veronderstelling was gebracht dat zij aan de in het raadsbesluit opgenomen "ontbindende voorwaarde" grond kon ontlenen schadeloos gesteld te worden zo zou blijken dat de litigieuze aflossingsvoorwaarde niet gesteld had mogen worden. Het komt mij voor dat niet aanstonds kan worden gezegd dat in de door de Woningstichting aangegeven feitelijke constellatie geen sprake kán zijn van een uitzondering op de leer van de formele rechtskracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 33518 tot 36535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61 | shasum -a 256