Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0803.

Aan de hand van hetgeen de Gemeente wordt verweten, kan ook pas - in het kader van de beoordeling van het beroep op verjaring - worden vastgesteld op welk moment de vordering "opvorderbaar " was in de zin van de Wet van 31 oktober 1924; wordt de gemeente bijvoorbeeld verweten dat zij niet tot terugbetaling is overgegaan toen bleek dat de aflossingsvoorwaarde ontoelaatbaar was, dan is de vordering pas opeisbaar op het moment waarop tot terugbetaling overgegaan had moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 126afb9ca3f758b4d61b36abe03ddebcd9ca22cb09c1af46181b2b8e6f8a2f61, en de alinea staat in dat document op bytes 37684 tot 38179.