Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

5.6 Gelet op de verantwoordelijkheid van [eiser] als directeur van SUSH en op de omstandigheid dat [eiser] de bewuste gelden van de bankrekening van SUSH opgenomen heeft, ligt het op de weg van [eiser] om tegenover de gemotiveerde betwisting van SUSH te bewijzen dat hij over zodanige administratie beschikte dat hij de bankopnamen met behulp daarvan naar behoren zou hebben kunnen verantwoorden in die zin dat daaruit kon blijken dat de door hem opgenomen gelden ten goede van SUSH gekomen zijn. De rechtbank zal hem tot dat bewijs toelaten. SUSH zal daartegen van haar kant tegenbewijs mogen leveren. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 11861 tot 12482.