Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

Vervolgens heeft de rechtbank beoordeeld in hoeverre [eiser] aannemelijk heeft kunnen maken dat de opgenomen gelden ten goede van SUSH zijn gekomen. Zij kwam tot het oordeel dat hij een bedrag van f 48.632,65 niet kon verantwoorden (r.o. 10.1). De rechtbank heeft de vordering van SUSH tot vergoeding van schade wegens dwangbevel en verbeurde boetes afgewezen (r.o. 11.3). Wegens renteschade als gevolg van vertraagde liquidatie heeft de rechtbank een bedrag van f 41.164,46 toewijsbaar geoordeeld (r.o. 12.5). Wegens accountantskosten heeft de rechtbank een bedrag van f 53.013,- toewijsbaar geacht (r.o. 13.3). Daarop heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld aan SUSH in totaal een bedrag van f 142.810,11 met rente en kosten te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 16842 tot 17592.