Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

De bewijslast van de stelling dat sprake is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid, ligt in beginsel bij de werkgever. Zie HR 4 februari 1983, NJ 1983, 543 m.nt. PAS en HR 1 november 1991, NJ 1992, 32; HR 4 mei 1984, NJ 1984, 609; HR 22 januari 1993, NJ 1993, 665 m.nt. PAS; HR 9 januari 1998, NJ 1998, 440 m.nt. PAS; HR 10 december 1999, NJ 2000, 6. In zaken die betrekking hadden op een kastekort of een tekort in een voorraad, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het enkele feit van een (kas)tekort de werknemer nog niet behoudens tegenbewijs jegens de werkgever aansprakelijk maakt. In zaken waarin de werknemer gelden voor de werkgever had ontvangen doch niet vast stond dat hij deze ook aan de werkgever had afgedragen, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de werkgever in beginsel moet bewijzen dat de werknemer ze niet heeft afgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 19659 tot 20515.