Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

Deze klacht wordt m.i. tevergeefs voorgesteld. Naar ik hierboven onder 5 heb uiteengezet, moest de rechtbank onder het toepasselijke oude recht beoordelen of aan [eiser] door SUSH een ernstig verwijt kon worden gemaakt. Inhoudelijk was dit criterium gelijk aan het sinds 1992 geldende criterium of sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Dat wil echter niet zeggen dat de rechtbank gehouden was met zoveel woorden te oordelen dat sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid. De rechtbank kon volstaan met een oordeel dat in overeenstemming was met het vóór 1992 geldende criterium "ernstig verwijtbaar"; dat oordeel zou slechts dan in cassatie geen stand houden, indien daartegen met succes zou zijn aangevoerd dat de rechtbank bij de beantwoording van de vraag of [eiser] een ernstig verwijt valt te maken, blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting of haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. Een daarop gerichte klacht behelst het middel echter niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 24115 tot 25105.