Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

M.i. geeft deze gedachtegang niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Ernstige verwijtbaarheid mag bij voorbaat worden aangenomen, mits op goede, in de motivering tot uiting gebrachte gronden (HR 9 januari 1998, NJ 1998, 440 m.nt. PAS; vgl. conclusie A-G Asser , onder 2.23, voor HR 22 jan. 1993, NJ 1993, 665 m.nt. PAS). In deze zaak doet zich de situatie voor - nieuw ten opzichte van de eerder aan de Hoge Raad voorgelegde zaken - dat [eiser] als directeur van het bureau van de stichting bij uitstek verantwoordelijk was voor de financiële verslaglegging, en dus ook voor de verantwoording van de - door hem zelf - bij de bank opgenomen bedragen. Het is niet onbegrijpelijk dat de rechtbank de afwezigheid van een behoorlijke financiële verslaglegging in deze omstandigheden voorshands als een ernstige wanprestatie aanmerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 26660 tot 27509.