Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

Naar mijn mening wordt de klacht terecht voorgedragen. Weliswaar heeft [eiser] zich bij zijn antwoordakte niet meer uitgelaten over de vraag of hij nog behoefte had aan het horen van de getuige, maar dat betekent niet dat hij zijn recht de getuige te laten horen heeft prijsgegeven. De geciteerde opmerkingen uit zijn brief van 22 september 1997 (die geheel sporen met het in r.o. 2.13 van het vonnis van 30 juli 1997 genoemde alternatief: schriftelijke verklaring(1) of gehoord worden als getuige) wijzen veeleer op het tegendeel. De opmerking in de antwoordakte dat de overgelegde brief aan [betrokkene B] zijn werkzaamheden vóór 1 november 1988 staaft, maakt het voorgaande niet anders. Dit klemt des te meer nu [eiser] niet behoefde te verwachten dat de rechtbank meteen eindvonnis zou wijzen, nu de rechtbank in het voorafgaande vonnis te kennen had gegeven van oordeel te zijn dat een deskundige moest worden benoemd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 33408 tot 34346.