Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0804.

Tegen deze achtergrond geeft r.o. 9.6 van het vonnis van 13 januari 1999 blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De rechtbank heeft zich daarmee immers begeven in een ongeoorloofde prognose omtrent het resultaat van de bewijsvoering. Zie recent HR 20 maart 1998, NJ 1999, 693 m.nt. HJS onder nr. 694 en HR 10 december 1999, RvdW 1999, 196.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff6a1491c48233735f413caabfddf872167e8648f374c28fda5a7837d69205c9, en de alinea staat in dat document op bytes 34354 tot 34706.