Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0806.

16. Ook dit onderdeel zal naar mijn oordeel niet kunnen slagen. De Rechtbank heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat [verweerder] met zijn stelling dat hij in een aanmerkelijk ongunstiger positie verkeert dan zijn intramuraal werkende collega's die hun honorarium niet gedrukt zien door kosten waarvoor het ziekenhuis de neventarieven in rekening brengt, de onder (a) bedoelde stelling van het Pensioenfonds voldoende heeft betwist, en dat daarin gerede aanleiding ligt om eerst het punt van de neventarieven door middel van een deskundigenbericht tot klaarheid te brengen. Voorts heeft de Rechtbank kennelijk geoordeeld dat, nadat het deskundigenbericht is uitgebracht, zo nodig de omstandigheden waarop de onder (b) en (c) bedoelde stellingen van het Pensioenfonds betrekking hebben, nog aan de orde kunnen komen bij de uiteindelijke beoordeling van de vraag of het bestuur in redelijkheid tot zijn beslissing had kunnen komen. Dit oordeel is evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72d01025f821726e4b818e55b678d656d58472b1e582002a5eba06506b5e04be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72d01025f821726e4b818e55b678d656d58472b1e582002a5eba06506b5e04be, en de alinea staat in dat document op bytes 22664 tot 23659.