Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0806.
18. Onderdeel 6 van het middel klaagt dat de Rechtbank overigens ten onrechte rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat (mogelijk) bepaalde kosten op het de premiegrondslag vormende honorarium van [verweerder] drukken en niet op dat van zijn collega's. De klacht berust in de eerste plaats op de stelling dat - kort gezegd - de Kantonrechter in zijn vierde tussenvonnis d.d. 4 april 1997 heeft overwogen dat [verweerder] zijn standpunt dienaangaande, hoewel daarom door de Kantonrechter was gevraagd, niet met cijfers heeft onderbouwd, en zulks nadien ook niet heeft gedaan, en in de tweede plaats op de stelling het Pensioenfonds onbetwist heeft gesteld dat van [verweerder] mag worden gevergd dat, indien hij zo'n stichting opzet, dit bedrijfseconomisch verantwoord gebeurt, en wel zo, dat geen werkzaamheden van substantiële omvang geschieden waar geen adequate vergoedingen tegenover staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72d01025f821726e4b818e55b678d656d58472b1e582002a5eba06506b5e04be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72d01025f821726e4b818e55b678d656d58472b1e582002a5eba06506b5e04be, en de alinea staat in dat document op bytes 23806 tot 24721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72d01025f821726e4b818e55b678d656d58472b1e582002a5eba06506b5e04be | shasum -a 256