Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0813.

2.1 Het gaat in deze zaak om de doorbreking van het appel- en cassatieverbod van art. 7:685 BW. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 3.1 terecht voorop gesteld dat [verzoekster] ontvankelijk is in haar hoger beroep nu zij het appel baseert op de stelling dat de kantonrechter bij de totstandkoming van de beschikking het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden(3). Dit beginsel is veronachtzaamd in geval de betrokkene niet de gelegenheid heeft gehad zich schriftelijk over een verzoek uit te laten en evenmin behoorlijk is opgeroepen om door de rechter over het verzoek te worden gehoord(4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bd5683955e41b819a1243472b9651a7b64ab3d121a9a14e571fa280318a09f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bd5683955e41b819a1243472b9651a7b64ab3d121a9a14e571fa280318a09f8, en de alinea staat in dat document op bytes 7131 tot 7766.