Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0813.
2.20 In het komende procesrecht(24) worden de bepalingen van onder meer art. 3 en art. 6 Besluit OMV in de wet opgenomen voor zover het betreft de oproeping. Art. 3.3.2 NRv. bepaalt dat de oproeping van niet in de procedure verschenen belanghebbenden door de griffier geschiedt bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt. Art. 3.3.5 stemt inhoudelijk vrijwel overeen met art. 6 Besluit OMV. Hierin wordt - onder meer - bepaald dat de griffier, indien hij een bij aangetekende brief verzonden oproeping retour ontvangt en hem blijkt dat de geadresseerde op de dag van verzending of uiterlijk een week nadien in de daartoe bestemde registers ingeschreven stond op het op het stuk vermelde adres, hij de oproeping onverwijld bij gewone brief verzendt. Een uitzondering op deze gang van zaken wordt niet toegelaten. Slechts in de overige gevallen waarin de griffier het stuk (bedoeld is: oproeping, W-vG) terug ontvangt, wordt de oproeping opnieuw bij aangetekende brief verstuurd, tenzij de rechter anders bepaalt. Volgens de toelichting(25) heeft de rechter deze mogelijkheid anders te handelen indien hij te maken krijgt met probleemgevallen. De rechter kan dan bij voorbeeld gelasten dat bij exploot wordt opgeroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bd5683955e41b819a1243472b9651a7b64ab3d121a9a14e571fa280318a09f8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bd5683955e41b819a1243472b9651a7b64ab3d121a9a14e571fa280318a09f8, en de alinea staat in dat document op bytes 21232 tot 22478.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bd5683955e41b819a1243472b9651a7b64ab3d121a9a14e571fa280318a09f8 | shasum -a 256