Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.

4.16.1 De Minister heeft hierop bij nota naar aanleiding van het verslag op 5 juli 2000 geantwoord.(34) Hij stelt opnieuw voorop dat beoogd is om voor het voorgestelde nieuwe vijfde lid aan te knopen bij het eerste lid van art. 3:310 BW. Het uitgangspunt voor het eerste lid, zowel als voor het voorgestelde vijfde lid is, volgens de bewindsman, de subjectieve bekendheid van de gelaedeerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 36716 tot 37121.