Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.
5.3 De opvatting die het onderdeel ingang wil doen vinden - te weten dat art. 3:310 lid 1 BW een louter subjectief criterium uitdrukt(48) - acht ik op de hiervoor onder 4 ampel besproken gronden niet juist.(49) Daaraan doet niet af - zoals in de s.t. onder 4.3, namens [eiseres], met juistheid wordt aangegeven - dat persoonlijke omstandigheden van de benadeelde inderdaad een rol kunnen spelen. Zij zijn evenwel niet alleen en op zich beslissend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 48602 tot 49063.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d | shasum -a 256