Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.

5.5.3 Met name bedoelt de Rechtbank klaarblijkelijk niets te zeggen over de door het onderdeel aangekaarte vraag of [eiseres] dan wel [betrokkene A] van een en ander eveneens op de hoogte zouden zijn geweest. Dát is in de gedachtegang van de Rechtbank immers niet van belang. Waarop het, naar de Rechtbank met juistheid heeft overwogen, wél aankomt is of [eiseres] en [betrokkene A] hebben begrepen dat de geconstateerde ziekte verband hield met de werkzaamheden van [betrokkene A]. Op de daarop toegespitste overwegingen ziet de rest van het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 50222 tot 50790.