Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.
5.5.4 De klacht dat de Rechtbank niet duidelijk heeft gemaakt wanneer ([betrokkene A] en) [eiseres] ermee op de hoogte raakten dat [betrokkene A] leed aan en is overleden ten gevolge van een asbestziekte mist feitelijke grondslag. Uit de onder 3.30 - 3.32 weergegeven overwegingen kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat naar het oordeel van de Rechtbank aannemelijk is dat de behandelend artsen [betrokkene A] en [eiseres] zowel over de aard en oorzaak van de ziekte als over de dodelijke afloop daarvan hebben ingelicht. Ook al omdat niet is gesteld of gebleken (en de Rechtbank daarover dan ook niets overweegt) dat na het overlijden van [betrokkene A] contacten met de artsen hebben plaatsgevonden, is m.i. zonneklaar dat deze informatie in 1987 en/of 1988 moet zijn gegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 50810 tot 51613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d | shasum -a 256