Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 237 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.

49 Ook de geëerde steller van de s.t. voor Wilton Feijenoord heeft blijkbaar met deze kwestie geworsteld. Zij betoogt dat algemeen is aanvaard dat de maatstaf "in beginsel feitelijk/subjectief" van aard is, maar dat "enige mate van objectivering nodig is om vormen van evident misbruik tegen te gaan" (onder 3.2). Zoals aangegeven onder 4 geef ik er de voorkeur aan om de juridische constructie enigszins in het midden te laten, terwijl m.i. het in cassatie ook door Wilton Feijenoord gehuldigde uitgangspunt minder algemeen wordt aanvaard dan door haar wordt gesteld. Verwezen kan worden naar 4.5.2 en 4.6.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 71273 tot 71894.