Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.
3.8 Ten aanzien van haar beroep op verjaring heeft Wilton Feijenoord aangevoerd dat zeer aannemelijk is dat een eventuele vordering van [eiseres] op grond van art. 3:310 lid 1 BW is verjaard. Deze verjaringstermijn gaat volgens Wilton Feijenoord lopen vanaf het moment "dat de gelaedeerde bekend was (of redelijkerwijs kon zijn) met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon" (cva, onder 6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 9321 tot 9731.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d | shasum -a 256