Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.
3.14 Uit de door [eiseres] overgelegde stukken leidt Wilton Feijenoord af dat vooralsnog voldoende aannemelijk is dat zowel [eiseres] als [betrokkene A] door de behandelende artsen op de hoogte zijn gebracht van de ziekte waaraan [betrokkene A] leed en dat de oorzaak daarvan gezocht moet worden bij Wilton Feijenoord. De verjaringstermijn is op dat moment gaan lopen en was derhalve ruimschoots voor de datum van aansprakelijkstelling verstreken (onder 13).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 13270 tot 13741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d | shasum -a 256