Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0900.

3.26 Uit de bij mvg door [eiseres] overgelegde stukken blijkt volgens Wilton Feijenoord zelfs dat de ziekte mesothelioom reeds eind 1987 was gediagnostiseerd (onder 18). Bovendien blijkt dat de werkzaamheden op de scheepswerf tussen de betreffende arts en [betrokkene A] zijn besproken (onder 19). In ieder geval staat vast - aldus Wilton Feijenoord - dat [eiseres] en [betrokkene A] in 1987 redelijkerwijs op de hoogte hadden kunnen zijn van de aard en oorzaak van de ziekte, hetgeen voldoende is om de verjaring te laten aanvangen (onder 20).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc400cc1a47173beeb9c0b2e2ec5fbd64ac7c93402b32f22cc620a50a315971d, en de alinea staat in dat document op bytes 20111 tot 20668.