Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0901.
7) De vraag of lid 3 extensief moet worden geïnterpreteerd, zou ik ontkennend willen beantwoorden. Zover als De Vries, die de geciteerde motivering in de memorie van toelichting kennelijk geheel onjuist vindt, zou ik niet willen gaan. Maar met die toelichting is wel een restrictieve uitleg van de bepaling in overeenstemming, die dan ook in de geciteerde literatuur wordt voorgestaan. Daartoe kan een beroep worden gedaan op het in de parlementaire geschiedenis gegeven voorbeeld. Voorts is terecht aangevoerd dat het onwenselijk zou zijn indien door de werking van deze bepaling een circuit van onredelijk bezwarende bedingen in stand zou worden gehouden (Weesels/Jongeneel, t.a.p.). Uitbreiding van de werking van de bepaling naar het onderhavige geval zou voorts de strekking van de wettelijke regeling ondermijnen, die juist is gericht op wijziging van de onder het oude wetboek bestaande praktijk dat algemene voorwaarden niet vóór of bij de contractssluiting aan de wederpartij ter kennis werden gebracht. Anders gezegd: de artt. 233 onder b en 234 beogen de praktijk van 'niet van te voren toezenden' c.q. van 'toezenden op verzoek' te doorbreken, terwijl de veronderstelde ruime uitleg van art. 235 lid 3 haar juist zou bestendigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e86995c9f79a9eab6c23bc61943b8e45f363e9962ff0ec9bc5490262c33d2e96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e86995c9f79a9eab6c23bc61943b8e45f363e9962ff0ec9bc5490262c33d2e96, en de alinea staat in dat document op bytes 14489 tot 15746.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e86995c9f79a9eab6c23bc61943b8e45f363e9962ff0ec9bc5490262c33d2e96 | shasum -a 256