Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
10.3. De Staat van de moedervennootschap dwingen om kosten te accepteren die dienen om niet in die staat belastbare winsten van een dochter te financieren, zoals de belanghebbende voorstaat, zou haaks staan op fiscale coherentie, territorialiteitsbeginsel en neutraliteit tussen filiaal en dochter bezien vanuit de oorsprongstaat. Het zou bovendien haaks staan op de verklaarde wens van de regeringen van de Lidstaten van de EG (althans van de zgn. Primarologroep(41)) om schadelijk geachte belastingconcurrentie door middel van (onder meer) holdingregimes terug te dringen. Deze politieke is echter nog niet vervat in een juridisch bindend instrument en de desbetreffende resolutie(42) stamt bovendien van ruim na het litigieuze belastingjaar 1993. Het feit dat de moederkosten ingeval van binnenslands belastbare winst niet aan de dochter worden toegerekend, is mijns inziens irrelevant, nu de Nederlandse regeling niet zozeer inhoudt dat de kosten ingeval van niet in Nederland belastbare winsten aan de dochter worden toegerekend, maar slechts dat die kosten niet aan de Nederlandse jurisdictie worden toegerekend. Ingeval van binnenslands belastbare winsten gebeurt dat wel. Het gaat niet om toerekening aan een persoon, maar om toerekening aan een jurisdictie. Zou de (EG-)rechter de oorsprongstaat niettemin dwingen tot acceptatie van de kosten op de grond dat de moederkosten ingeval van binnenlands belastbare winst niet aan de dochter worden toegerekend, dan zou de oorsprongstaat dat gevolg gemakkelijk ongedaan kunnen maken door ook bij binnenlandse winsten de 13lid1-kosten aan de dochter toe te rekenen (met alsdan op dochterniveau een uitsluiting van kostenaftrek voor zover dienende tot niet in Nederland belastbare winstverwerving), waardoor de 13lid1-kosten toch weer tussen wal en schip zouden geraken, zij het dan gepaard gaande met een nare chaotisering van het vennootschapsbelastingrecht, en waardoor de coherentie toch weer gezocht zou moeten worden in toerekening van de kosten aan de jurisdictie waar de winsten gemaakt worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 72456 tot 74523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256