Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
10.4. Ik concludeer daarom dat de belanghebbende, als moedervennootschap, door de rechter niet geholpen kan worden. Naar mijn mening moeten haar dochters, voor zover zij belastbare winsten genereren in EG-Lidstaten die net als Nederland intern incoherente 13lid1-systemen toepassen, aldaar procederen teneinde aldaar de door de belanghebbende te hunnen behoeve gemaakte externe financieringskosten in aftrek te kunnen brengen voor zover toerekenbaar aan winsten binnen die jurisdicties en voor zover die jurisdicties - net als Nederland - in de spiegelbeeldsituatie aftrek bij een binnenlandse moedervennootschap direct of indirect verhinderen of later terugnemen. Ik verwijs naar mijn conclusie in de zaak met rolnr. 34 782, die eveneens gaat over een grensoverschrijdende situatie waarin een aftrek (in dat geval van persoonlijke verplichtingen: alimentatie-afkoop) tussen wal en schip geraakt doordat de Lidstaten intern asymmetrische stelsels toepassen. Ook in die zaak concludeerde ik dat het probleem niet bij Nederland als oorsprongstaat (woonstaat) ligt, maar bij de doelstaat (werkstaat), en dat daarom Nederland in de spiegelbeeldsituatie in strijd met het EG-recht handelt door als doelstaat een standpunt in te nemen (geen aftrek) dat onverenigbaar is met zijn standpunt als oorsprongstaat (aftrek hoort thuis in de doelstaat). Het thans te beslissen geval is enerzijds complexer doordat er twee juridisch te onderscheiden personen in twee verschillende belastingjurisdicties bij betrokken zijn en anderzijds eenvoudiger doordat het gaat om duidelijk aan een bepaalde bron (en dus aan een bepaalde jurisdictie) alloceerbare kosten, maar de problematiek is fundamenteel dezelfde: interjurisdictioneel consistente kostenallocatie in een interne, maar niet geharmoniseerde en fiscaal nog steeds gesegmenteerde markt. In de genoemde zaak met nr. 34 782 heb ik op 29 december 1999 geconcludeerd tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EG. Bij arrest van 18 oktober 2000, nr. 34 782, heeft u deze zaak aangehouden tot na beantwoording van door u aan het HvJ EG voorgelegde prejudiciële vragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 74543 tot 76669.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256