Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AB0990.
10.5. Ook in de thans te beslissen zaak is mijn mening geen acte clair. De Moeder-dochterrichtlijn regelt de kwestie ten onrechte niet. De andere Lidstaten voeren in meer of mindere mate een vergelijkbaar fiscaal beleid als Nederland: onverkorte aftrek van 13lid1-kosten zonder enige flankerende recapture doet zich niet voor. Er is geen rechtspraak van het HvJ EG over de kwestie. De (Nederlandse) literatuur is verdeeld of weet het niet(43). Het is niet evident hoe het EG-recht in deze zaak moet worden toegepast, en het is niet zeker, zelfs niet aannemelijk, dat elke rechter in elke andere Lidstaat tot mijn conclusie zou komen als hij een stelsel als het Nederlandse zou moeten beoordelen in het licht van het EG-recht. Mede gezien de criteria voor prejudiciële verwijzing die het HvJ EG in het Cilfitarrest(44) geformuleerd heeft, valt mijns inziens dan ook aan het stellen van prejudiciële vragen niet te ontkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee, en de alinea staat in dat document op bytes 76689 tot 77626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7163f2cdc9da8a7edcaf878f099e792124183a811b5ecadb9d68e1cb6c44a8ee | shasum -a 256